50 jaar glasraam

Het magische glasraam in de raadzaal is de kers op de taart van de heropgebouwde Ieperse Lakenhallen precies 50 jaar geleden. De gebrandschilderde taferelen vatten het middeleeuws verleden van Ieper beeldend samen. Het lijkt wel een stripverhaal en is de ideale start voor een bezoek aan het Yper Museum. Het glasraam zit vol unieke details. Geef je ogen de kost: eigenwijze Ieperse katten, ijdele narren en hier en daar een steelse blik waar de liefde ontluikt.

50 jaar glasraam verdient een nieuwe brochure. Download hem HIER of lees hieronder de beknopte versie. Maar kom vooral zelf naar de raadzaal en laat je betoveren door een van de meest indrukwekkende collectiestukken van het Yper Museum. 


Het glasraam

Het glasraam werd in 1970 door Arno Brys (°Sijsele, 1928) geschilderd. Brys is bekend als tekenaar en ontwerper van kostuums, reuzen en praalwagens van o.a. de Heilig Bloedprocessie in Brugge. 

Na een ruwe schets tekent Brys het glasraam op ware grootte op karton. Daarna kopieert hij het ontwerp op stevig tekenpapier en verknipt het in evenveel stukken als er glasdeeltjes zijn. Elk stukje legt hij vervolgens op gekleurd glas en snijdt ze uit. Erg arbeidsintensief en ook niet zonder risico! Dik glas breekt immers snel. De gekleurde glasstukken worden vervolgens met zwarte verf omlijnd. Na tien uren droogtijd gaan alle losse deeltjes, met krijtpoeder bestrooid, in de glasoven op ongeveer 600°C. Na twaalf uren afkoelen kan alles aan elkaar gesoldeerd worden.

De raadzaal

Omstreeks 1307 wordt in de Lakenhallen ‘de Schepenkamer’ gebouwd. Voordien vergaderen de schepenen in het Belfort. Komt de nieuwe kamer er omdat in 1303 negen Ieperse schepenen uit de toren geworpen werden? Interessante aanname, maar tot op heden onzeker.

Gebruik
De Schepenkamer kent een turbulente geschiedenis. In het begin wordt hij gebruikt als rechtbank, als ontvangstruimte en als zetel voor de toenmalige gemeenteraad: de ‘grooten raedt’. Vanaf de Franse overheersing (1794) wordt er de militaire loting georganiseerd en tijdens de jaarlijkse kermis mogen marktkramers er hun waren opstellen. Onder Hollands Bewind wordt de kamer een militair magazijn. Daarna gaat het van kwaad naar erger. Het wordt een stortplaats voor oud ijzer en kapotte meubels en sporadisch dient het ook als stemlokaal. 

Pas in 1842 komt er verbetering: de Société des Beaux-Arts geeft het Stedelijk Museum (toen eerder een rariteitenkabinet) er tijdelijk onderkomen. Vanaf 1869 wordt de kamer opgewaardeerd als ontvangst-en trouwzaal.

Decoratie
De zaal wordt verschillende malen rijkelijk gedecoreerd. Na de brand van het ‘Stedehuus’ in 1498 krijgt de kamer een spitsboogvormig venster. Die vorm herken je nog duidelijk in het huidige raam! Er komt de nodige luister: gebrandschilderd glas, wandtapijten, een open haard, beelden en prachtige muurschilderingen. 

In 1611 koopt de stad 26 zogenaamde Spaanse stoelen. Op de lederen bekleding van deze stoelen staat het stadswapen. Op de rug van de huidige stoelen prijkt een sierlijke Y. In 1794 houdt het Franse leger lelijk huis. Glasramen en beelden sneuvelen, de prachtige muurschilderingen verdwijnen achter een kalklaag. De Franse republikeinen hebben lak aan de adellijke afbeeldingen! 

Pas in de 19e eeuw komt er eerherstel. Het grote raam aan de westkant wordt dichtgetimmerd voor de aanmaak van een koepel in glas. Bij deze werken herontdekt men toevallig de muurschilderingen. François Böhm restaureert ze een eerste maal. Dankzij burgemeester Vandenpeereboom, die in 1861 minister van Binnenlandse Zaken is, vindt een restauratie plaats. En daarbij kijkt hij op geen frank, dankzij ruime subsidies van de overheid.

Het dak, de lambriseringen en de oude muurschilderingen worden zorgvuldig gerestaureerd. Er komt een imposante schoorsteenmantel, versierd met houten beelden. In het midden prijkt Onze Lieve Vrouw van Tuine. Op de lange wanden komen nieuwe muurschilderingen van Godfried Guffens en Jan Swerts. Alles is erg kleurrijk! Op het nieuwe glasraam worden de wapens van de Ieperse gilden afgebeeld.

De Eerste Wereldoorlog en het interbellum
In 1914-1918 wordt de zaal volledig verwoest. Toch zijn enkele beelden en een stuk van de lambrisering gered. Pas in de jaren zestig start de heropbouw. De zaal ontvangt sindsdien prominente personen zoals Queen Elisabeth.

Vandaag
De zaal lijkt qua structuur goed op de vooroorlogse toestand. De schoorsteenmantel en de muurschilderingen komen echter niet terug. De huidige laat-gotische beelden zijn een permanente bruikleen van de Brusselse Musea voor Kunst en Geschiedenis.

Aan de muren hangen de ontwerpen voor muurschilderingen in de Lakenhallen van Charles Degroux. De opdracht is hem als eerste toegewezen, maar hij sterft voor hij aan het schilderen toekomt. Ferdinand Pauwels vervangt hem. Gelukkig kunnen we de fraaie ontwerpen van Degroux hier nog bekijken. Ze verbeelden de belangrijkste historische feiten van de Ieperse geschiedenis.