De pelder van Sint-Andries

In de 14de eeuw voeren Frankrijk en Engeland oorlog. De grote Vlaamse lakensteden Ieper, Gent en Brugge zijn mee de dupe. De invoer van Engelse wol komt in het gedrang. Vanaf dan gaat het bergaf met de lakennijverheid. Er breekt oproer uit... ook in Ieper!

Vanaf 1280 heeft het Ieperse werkvolk er genoeg van. Protesterende wevers en vollers roepen: ‘Cockerulle! Cockerulle!’. ‘De pot kookt over.’ Huizen van patriciërs of rijke kooplui worden geplunderd en in brand gestoken. Met resultaat: de arbeiders krijgen rechten. De wevers zitten voortaan in het stadsbestuur, een toentertijd ongezien resultaat.

Ieper raakt verder verwikkeld in de Frans - Engelse oorlogen. Met de Guldensporenslag van 1302 behalen de Vlaamse steden een kortstondig succes tegen Frankrijk. Voor het eerst verslaat een leger van bijna uitsluitend voetvolk een ridderleger. In 1303 breekt een tweede volksopstand uit tegen het stadsbestuur van opnieuw Fransgezinde patriciërs. De woedende menigte gooit negen schepenen uit de belfortramen. We noemen dit de ‘defenestratie’. De macht van de burgerij is gebroken. Er is meer inspraak voor ambachten en arbeiders en meer controle op de lakenproductie. 

De negen vermoorde schepenen kregen elk een arduinen herdenkingssteen in de Sint-Maartenskerk. Jaarlijks werd er een herdenkingsdienst of fundatiemis gehouden. Een bijzonder rouwkleed of ‘pelder’ drapeerde men op de alkoof waaronder de lijken lagen opgebaard. Op die pelder prijken onder meer de wapenschilden van de vermoorde schepenen: Michiel Paeldinck, Andries Van Acker, François De Beer, Michiel De Vellemaecker, Jacob Baerdonck, Jan Peper, Bartholomeus Morin, Jan Van Loo en Nicolaas Van Loo.

Deze traditie ging vele eeuwen elk jaar door, tot aan de Franse Revolutie. Daarna werd de historische pelder, tot op heden, jaarlijks uitgestald op 30 november.

De dieprode ‘pelder van Sint-Andries’ (zo genoemd naar het naamfeest van Sint Andries op die dag) bestaat nog steeds. Het rouwkleed bevat nog gedeeltes van de originele pelder van 1303! Samen met andere kerkschatten uit de Sint-Maartenskathedraal kon het kort voor de vernietiging van de eeuwenoude kerk tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Parijs worden afgevoerd. Het behoort tot de meest waardevolle historische relicten die in de kathedraal bewaard worden. Er zijn nog maar weinig dergelijke tradities die zo lang in ere worden gehouden. In Ieper dus zelfs deze uit 1303.